We beginnen de dag luxe vandaag. Nadat we een uurtje langer geslapen hebben dan normaal, genieten we uitgebreid van een ontbijt bij het hostel. Hierdoor zijn we een stuk later op pad dan dat we gewend zijn. Als we al onze spulletjes gepakt hebben en buiten staan, is het al helemaal licht en het is druk in de smalle steegjes van Zafra. Er ligt een school om de hoek, en blijkbaar beginnen ze hier een stuk later dan in Nederland, tegen half tien loopt de jeugd richting schoolplein. Wij gaan de andere kant op en lopen door het centrum via mooie smalle straatjes met hoge witte huizen van het ene mooie pleintje naar het andere. We passeren zeker vier grote en kleine kerken. Zafra is een mooie plaats. Het is al goed warm en voordat we de stad uit zijn hebben we ons al ingesmeerd tegen de nu al brandende zon. Vandaag lopen we weer enigszins de heuvels in. Om bij het volgende dorp, Los Santos de Maimona te komen, moeten we een kalkstenen bergrug over: Siërra de los Olivos. Het hoogste punt ligt wat hoger, maar wij zullen de rug op 615 meter hoogte oversteken. Als we de bebouwing van Zafra uitlopen, komen we langs een 16e eeuws klooster waarvan alleen een toren nog bewaard is gebleven.
Ooit lag het ver buiten de stad, maar door de groei van de plaats ligt het nu net binnen de bebouwde kom. Elke toren, elke ruïne, elke stad en dorp hebben zo’n rijke geschiedenis, waarvan nog zo veel bewaard gebleven is. Zo ook deze toren. Hij is in de 19e eeuw gebruikt door de Franssen om Zafra te belegeren. Strategisch een goede plaats, want we hebben als we terug kijken een schitterend uitzicht over de stad, met de heuvels van Siërra de los Olivos voor ons. Aan deze kant lopen we eerst nog langs wat bebouwing en later door (hoe kan het ook anders) mooie olijfboomgaarden, aan de andere kant van de heuvel is het landschap wat natuurlijker. Hier groeit de prikkelige hulsteik, de mastiekboom uit de pruikenboomfamilie (hoe hebben ze toch ooit al die plantennamen bedacht!?) van hetzelfde geslacht als de pistacheboom, dennen en zelfs de wilde olijf, een antieke olijfsoort die als een struik groeit. Er staan langs het pad ook veel orchideeën, maar de meeste zijn al uitgebloeid. Door het bos lopen we naar beneden Los Santos de Maimona in. Een klein dorpje met vooral lage huisjes, maar met een grote kerk en natuurlijk een ‘Plaza de España’, die we in bijna elk Spaans dorp tegenkomen. Vaak mooi aangeklede pleinen, maar ze kunnen toch nog toe niet tippen aan de naamgenoot in Sevilla. Als we het dorp uitlopen stijgt de route even, maar daalt dan glooiend af. Net na het dorp is de begroeiing nog groen en er liggen wat waterplassen op en naast het pad. Er zwemmen kikkervisjes in, dus er zal ergens een bronnetje zijn. Verderop wordt de grond en de begroeiing weer erg droog en het gras geler, maar waar we ook lopen, de velden staan vol bloemen. Naast olijfbomen en wijngaarden zijn hier veel amandelbomen. Eerder dit jaar zagen we ze nog vol in bloei, hier hangen er al grote groene vruchten aan.
Vanaf de helling zien we Villafranca de los Barros, waar we komende nacht zullen slapen, in de uitgestrekte vlakte liggen. Tot aan de bergen in het noordwesten, is het compleet vlak. Hier ligt ook weer de autosnelweg die we bij Monesterio tegenkwamen. Deze moeten we onderdoor, en dan is het nog zo’n 5 kilometer tot aan het dorp. Het is 2 uur geweest en op de brede witte paden tussen druivenvelden is het ondertussen snikheet. Afgelopen dagen was het heerlijk lopen tot een uur of 11 en ging het nog prima tot 2 uur, maar daarna wordt het echt warm. Spanjaarden bemoeien zich normaal gesproken niet veel met elkaar of met ons, maar bijna iedereen die we tegenkomen in de dorpen en kleine steden is echt vriendelijk. Groeten en zwaaien doen we de hele dag door, maar vragen wat we doen, of een praatje maken gebeurd zelden. Maar als mensen denken ons te kunnen helpen, laten ze het nooit na: “Je kunt beter via die weg lopen, en niet deze, want die is te druk.” “Lopen jullie naar het dorp? Dan kunnen jullie meerijden, het is veel te warm”. Ook hier aan het begin van het dorp stopt een dame langs de weg, omdat ze zich zorgen maakt dat we tegen drieën nog aan het lopen zijn. Ze raadt ons aan om tot een uur of 6 in het dorp te gaan lunchen en pas door te lopen als het weer wat koeler is. Echt aardig. Gelukkig zijn we er bijna en hoeven we niet tot 6 uur te wachten om door te lopen. We lopen het dorp met ook weer 4 kerktorens, wat leuke pleintjes en een gezellig klein centrum in. Een aantal medewandelaars zitten al op de terrasjes (zij zullen niet ontbeten hebben in hun hotel en wat eerder vertrokken zijn), en wij komen rond drie uur bij onze eindbestemming aan. Helaas weer een kamer zonder daglicht, met een inrichting zoals je bij een hotel aan een bedevaartsroute kunt verwachten, maar wel heerlijk koel en comfortabel. Met 21 kilometer en weinig hoogtemeters was dit een luxe etappe!