Voor de volgende etappes naar Andorra hebben we besloten om, net zoals de laatste paar etappes, de kilometers redelijk kort te houden. Het blijft de komende dagen ruim boven de 30 graden en met veel hoogtemeters worden de wandeldagen zeker in de middag dan toch wel erg zwaar. Ook geeft het ons de tijd om wat meer rond te kunnen kijken op de plekken waar we uitkomen, want die zijn vaker ook de moeite waard. Net zoals Espot, dit bleek een mooi, oud plaatsje te zijn. In de 9e eeuw was deze plek al bewoond, ondertussen is het bijna volledig afhankelijk van toerisme. In de zomer vanwege Nationaal Park Aigüestortes waar het vlakbij ligt, in de winter door het hogergelegen skiresort. Alle gebouwen in het dorp zijn gebouwd in dezelfde stijl van gestapeld grijs natuursteen en daken van lijsteen. Het ziet er mooi authentiek uit. Na twee dagen bij het dorpje zijn we weer klaar voor vertrek. Het is zo’n 12 kilometer naar de volgende camping in La Guingueta d’Àneu. Vanaf de camping volgen we de weg naar Espot. Er komen weer veel witte Jeeps langs, op weg naar het Nationaal Park. Rond 9 uur lopen we de picturesque stenen brug over de riu Escrita over het dorp in. Deze Romaanse brug met de mooie naam ‘Puente Románico d’Espot o de la Capella’ lijkt een beetje op de brug bij ‘San Nicolas de Bujaruelo’, een typisch Pyreneese boogbrug van gestapelde stenen.
We zijn precies op tijd bij de supermercado die om 9 uur open gaat, om nog wat inkopen voor onderweg te doen, en lopen daarna tussen de stenen huizen onder een houten bruggetje van het ene huis naar het andere door, het dorp uit. We passeren nog een aantal groentetuintjes en lopen dan het pad op. We lopen licht dalend de vallei door. De rivier daalt sneller dan wij en na zo’n 3,5 kilometer dalen we een stuk steiler af richting het water. Het pad in de afdaling is goed glad. Ook al heeft het al dagen niet meer geregend, er stroomt hier behoorlijk veel water over het pad naar beneden. We steken de rivier weer over, passeren even verder een doorgaande weg en klimmen over smalle paden richting Estaís, een dorpje hogerop. Vlug op de kaart kijkend leek de route alleen maar af te dalen vandaag, maar dit is toch een fikse klim. De asfalt weg ernaast is een stuk minder steil, maar maakt door de lange haarspeldbochten een stuk meer kilometers. Estaís is een klein dorpje, maar het is nog behoorlijk levendig. Mensen kletsen in de straatjes, maar er lopen vooral veel honden. Grote grijze smoezelige honden en veel kleintjes. Op een blaf na vinden ze het allemaal best.
Het is even zoeken naar de rood-wit markering, maar we lopen al snel weer het dorp uit de weilanden door. Het valt op dat we in een compleet ander landschap gekomen zijn dan 2 à 3 etappes geleden. Daar was het gras frisgroen en de bomen volop in het blad, het gesteente bestond uit rotsachtige grote blokken graniet, ruw en massief. Hier is het gesteente lijsteen, op het pad liggen losse platen en schotsen gesegmenteerde steen steken omhoog. Het gras is gortdroog en geel, zelfs de bladeren van de bomen zijn geel en er vallen met elke windvlaag een paar op de grond. Een compleet ander landschap en het lijkt wel een compleet ander seizoen. Ineens zitten we in de nazomer of op sommige stukken zelfs in de herfst. Een heel andere gewaarwording, weer meer mediterraan. Op de helft van de tocht, na een kilometer of 6, maken we een pauze.
Het is even zoeken naar de rood-wit markering, maar we lopen al snel weer het dorp uit de weilanden door. Het valt op dat we in een compleet ander landschap gekomen zijn dan 2 à 3 etappes geleden. Daar was het gras frisgroen en de bomen volop in het blad, het gesteente bestond uit rotsachtige grote blokken graniet, ruw en massief. Hier is het gesteente lijsteen, op het pad liggen losse platen en schotsen gesegmenteerde steen steken omhoog. Het gras is gortdroog en geel, zelfs de bladeren van de bomen zijn geel en er vallen met elke windvlaag een paar op de grond. Een compleet ander landschap en het lijkt wel een compleet ander seizoen. Ineens zitten we in de nazomer of op sommige stukken zelfs in de herfst. Een heel andere gewaarwording, weer meer mediterraan. Op de helft van de tocht, na een kilometer of 6, maken we een pauze. Luxe, want het lijkt alsof we net vertrokken zijn, maar het is een mooie plek met uitzicht over de dalen, en we hebben zojuist verse chocolade broodjes gekocht, dus we grijpen de kans aan. Na de pauze loopt het pad langs de helling licht naar beneden. Weilanden maken plaats voor eikenbomen en eikenstruikjes, bekend van de droge stukken door het binnenland. Alle planten lijken weer meer te prikken, ze zijn duidelijk gewapend tegen de droogte. Uiteindelijk komen we op een verharde weg naar Jou uit. Weer een klein dorpje, wat minder levendig dan de vorige, maar wel weer met schitterende stenen huizen en mooi aangekleed met bloembakken. Vanaf hier begint de afdaling naar het dal onder ons. Toch nog even 400 meter afdalen over 2 kilometer aan het einde van de tocht. Maar de benen zijn fit van de dagen rust en de bescheiden etappe tot nu toe. We lopen over een oud stenen pad tussen muurtjes, dat waarschijnlijk al eeuwen wordt gebruikt om dit dorp te bereiken. Af en toe lopen we langs een schuur of de restanten ervan. De afdaling gaat snel en nog voor 13.00 uur komen we al in het dal beneden aan. Vóór het warmst van de dag, maar het is al goed heet, dus het is helemaal niet erg om de tent op te kunnen zetten op de kleine camping Vall d’Àneu. Aan de andere kant van de weg ligt een klein stuwmeer met heerlijk koud water, daar gaan we zo even afkoelen. Nu de tent inrichten, wat drinken en even zitten. Het was een bescheiden etappe, maar zoals verwacht door de hitte lang genoeg.