Na een dagje rust zijn we weer klaar voor 5 nieuwe etappes op weg naar Mérida. Het hoogtepunt van Monesterio bleek een uitzichtpunt een paar honderd meter buiten het dorp te zijn, maar verder bleef het op zondag behoorlijk rustig. We overnachtten in een net, nieuw appartementencomplex, dus voor ons was het helemaal prima. De etappe van vandaag is niet zo’n lange, maar we zijn met het licht worden alweer op pad. Een paar dorpsstraten door en we kunnen al rechtsaf langs sportvelden de natuur in gaan. In de dorpen zijn altijd wel mooie pleintjes met palmen of ficussen, en in de straten staan vaak sinaasappelbomen waar nu de sinaasappels aanhangen, maar de dorpen zijn vooral heel volgebouwd en wit. De huizen zijn wit, de stoepen zijn meestal wit betegeld en de straten zijn vaak smal om in de zomer zoveel mogelijk schaduw te bieden en de warmte buiten te houden. Maar zodra je ook maar even de dorpen uitloopt, zit je meteen in de natuur. Zo ook hier. Na de laatste huizen en een hotel, lopen we al snel langs een beekje met groen gras en kwakende kikkers. Over stoffige brede paden tussen stenen muurtjes, met op de heuvels oude eiken en groen gras in de weiden met paarden en veulentjes, koeien met kalfjes en zwarte biggen. De hop en de koekoek lijken weer met ons mee te vliegen. Het is een gouden ochtend.
We lopen door de laatste uitlopers van Siërra Morena. Het landschap is hier nog heuvelachtig, maar zal snel vlakker worden als we de zuidkant van ‘Meseta Central’ oftewel het ‘centrale plateau’ binnenlopen. Na zo’n 5 kilometer door dit mooie groene landschap gelopen te hebben, worden de weiden snel geler en droger. We zitten op de laatste heuvel voor de vlakte en de grond is hier kurkdroog. Mooi hoe zelfs hier toch nog bloemetjes tussen het gele gras de kracht vinden om te ‘shinen’. Het paars en blauw van de weegbreeslangenkruid (zoek maar op, hij bestaat echt!) steekt af tussen de zandkleuren. Op sommige plekken lijkt het bijna woestijnachtig. Na 10 kilometer maken we op de laatste helling een pauze, met een magnifiek uitzicht over de vlakte. De weilanden van de voorheen groene heuvels, maken daar plaats voor lappen land met graan, jonge zonnebloemen en omgeploegde velden. De boeren zijn druk in de weer. Vanaf hier, op 10 kilometer afstand, zien we het dorp waar we komende nacht slapen al duidelijk liggen. En heel in de verte, tegen de heuvels aan de andere kant van deze vlakte, is het plaatsje waar we morgen aan zullen komen, nog eens 25 kilometer verder, ook al te zien. Lekker overzichtelijk ;-)
Als we na de pauze langs de landerijen lopen, zien we grote verschillen tussen de velden. De ene is vrij groen, de ander is gort droog. Op grote stukken kun je je niet voorstellen dat er nog wat groeit, terwijl even verder de koeien weer op vers groen gras grazen. Dit grote contrast is soms zélfs te zien tussen de linker- en rechterkant van de weg. Een oude man zit langs het pad op een steen, leunend op een wandelstok, met naast hem een bordercollie en voor hem 9 schapen, op zoek naar wat groen gras. Het ziet er heerlijk eenvoudig uit. Zo simpel kan het leven zijn.
We kijken onze ogen uit hier op de vlakte. Het liefste zouden we elke tien meter willen stoppen om foto’s te maken, maar het is ook wel fijn om een beetje bijtijds in Fuente de Cantos te zijn. De plaatsnaam betekent ‘zingende fontein’, wellicht dat we die nog gaan vinden vanmiddag. De etappe gaat snel en rond half twee komen we in het dorp aan. Het hotel ligt helemaal aan de andere kant, maar daar zijn we al in 15 minuten, dus als de fontein er is zullen we hem snel gevonden hebben straks. Het hotel is wel erg leuk. Nadat we deze tocht al in een kasteel en een monumentale stadswoning hebben geslapen, overnachten we vandaag in een voormalige fabriek. Klassiek ingericht met machines en oude ornamenten, en in het complex ligt een disco, een cinema en een restaurant. Wat een leuke plek. Even lunchen en dan op zoek naar de fontein!