Vandaag volgen we de bedevaartsroute Via de la Plata van Almadén de la Plata naar Monesterio. ‘Plata’ betekend ‘zilver’ in het Spaans, vandaar de bijnaam ‘de zilverroute’. Maar zowel in de naam van de route als in de plaatsnaam komt Plata uit de Arabische tijd en betekent het ‘verhard pad’. ‘Almadén’ betekent ‘mijn’ in het oud Arabisch, dus de plaatsnaam betekent eigenlijk ‘verhard pad naar de mijnen’. Vroeger waren hier grote marmermijnen. De Via de la Plata maakte meer dan duizend jaar geleden al deel uit van een netwerk van verharde paden door Spanje en de route is nog steeds grotendeels hetzelfde. Al hebben de verharde paden, of onverharde wegen zoals wij het vaker noemen, op grote stukken plaats gemaakt voor asfaltwegen die ook graag gebruik maken van deze meest logische route door dalen en over heuvels. Ook de autosnelweg richting het noorden deelt vaker dezelfde route. Gelukkig is er hier in het Spaanse binnenland plek zat om elkaar niet te veel in de ‘weg’ te zitten.
Het eerste stuk lopen we door het dorp met het ondertussen bekende ochtendleven in de straten. Soms lijkt het in de dorpen om half 8 ‘s ochtends drukker te zijn dan om 4 uur middags. Bij het verlaten van het dorp komen we langs een arena en hebben een mooi uitzicht: de zon begint op te komen en geeft de bergen en witte huisjes een oranje gloed. We lopen over het verharde pad, oftewel Plata ;-), langs de heuvels. De oude eikenbomen zijn schitterend in het ochtendlicht.
De route gaat gelukkig meestal langs boerderijen af, maar na zo’n 2,5 kilometer lopen we een erf op. Twee grote waakhonden, type Anatolische berghond plus een wat kleiner model, liggen in de zon. Als ze ons horen, blijken ze niet vast te zitten zoals normaal hier in Spanje, en komen ze een kijkje nemen. Nadat we dit soort honden afgelopen jaar in de Alpen wat te vaak zijn tegengekomen, zijn we meteen op onze hoede. Gelukkig hebben ze geen kwaad in de zin en de grootste van de drie houdt zelfs de andere twee op afstand. Heel apart. Maar als de andere toch dichterbij willen komen laat nummer drie al vechtend zien daar niet zo van gediend te zijn. Dan zie je wel dat je geen ruzie met dit soort honden wilt krijgen… Terwijl ze elkaar in de haren vliegen, lopen wij vlug door.
Even verder gaat onze route over een asfaltweg, maar de marmeren markering wijst hier de andere kant op, een verhard pad in. Aangezien de route tot nu toe altijd makkelijk te vinden is met de schelp, gele pijlen en kaart, is de keuze snel gemaakt en kiezen we ervoor op het pad te blijven lopen. Dit blijkt ook nog een anderhalve kilometer korter te zijn, wat helemaal niet erg is met een route van dik 36 kilometer, al betekent het wel wat meer hoogtemeters. Stukken met lagere struiken en heuvels vol zonneroosjes wisselen af met eikenbossen. Het pad is glooiend totdat we via een smaller pad bij een steile helling aankomen. We stijgen in de zon, en dalen af in de schaduw van de bossen. Aan de andere kant volgt een mooi stuk tussen groene weiden en oude eiken. De steeneiken zullen ooit geplant zijn, maar de bomen zijn zo oud dat het heel natuurlijk aan doet. We zijn nu aan de rand van El Real de la Jara, het enige dorp dat we vandaag doorkruisen. De plaatsnaam had na kilometers tussen de bloemen, maar voornamelijk zonneroosjes gelopen te hebben, niet beter gekozen kunnen zijn. ‘Real’ duidt op ‘koninklijk’ en ‘jara’ betekend ‘zonneroos’ in het Spaans. Maar ook deze plaatsnaam komt oorspronkelijk uit het Arabisch, want de plaats heette ooit Xara, wat ook ‘bloem’ betekent. Een schitterende naam voor dit dorp. Het is een kleine plaats maar er is markt, dus het is druk op straat. We kopen nog wat extra water voor onderweg. De temperaturen vallen nu nog mee, maar het zal behoorlijk warm worden vandaag, dus we willen voldoende drinken bij ons hebben.
Boven het dorp prijkt een groot, mooi bewaard gebleven kasteel. We lopen onderlangs weer de velden in, over een heuvel, en beneden bij een riviertje waar de zwaluwen gierend mugjes van het water scheppen, de bijeneters kwetterend in de lucht en een tweede kasteel in het land staat, komen we bij de zonovergoten grens van Andalusië en Extremadura. We maken een goede pauze op dit lieflijke plekje en laten dan Andalusië, waar we sinds we Spanje vanuit Portugal binnen kwamen doorheen gelopen zijn, echt achter ons. Extremadura begint in ieder geval goed. We lopen in een weids heuvelachtig landschap en de hekken die de landerijen afbakenen, hebben hier plaats gemaakt voor mooie, oude stenen muurtjes. Op de grote lappen grond staan bruine runderen, schapen en af en toe geiten. Richting het laagste punt van het dal staan hoge eucalyptussen en aan de andere kant zien we de kale toppen van de heuvels. Ook zijn hier meteen meer roofvogels. Gieren, arenden en ook de rode wouw. De kilometers gaan snel over deze brede zonnige weg en voordat we het weten zijn we weer 10 kilometer opgeschoten. De laatste 9 zullen we evenwijdig aan een autosnelweg lopen. We hebben nu dik 25 kilometer op de teller, en maken voordat we bij de grote weg komen nog een pauze in het heerlijk rustige land. Het zou vandaag achter in de twintig graden worden, maar stil zittend in de schaduw van de bomen is het toch een beetje fris. We trekken zelfs een vest aan. Het verschil tussen de schaduw en de volle zon op zanderige paden, is enorm.
Eenmaal bij de weg lopen we over een klein pad tussen de autosnelweg en een tweebaansweg. Dat is in ieder geval een stuk beter lopen dan over asfalt. Af en toe komt er wat verkeer langs, maar het is niet druk en het landschap is mooi, dus we hebben niets te klagen. Ongeveer halverwege draait de tweebaansweg onder de autoweg door en steken we over naar een onverharde weg die met een paar behoorlijke klimmen naar het dorp leidt. Op deze hellingen is het wel echt snikheet en we stoppen vaker om even wat te drinken. We zijn toch blij met het extra water dat we gekocht hebben en lopen bovenaan al snel Monesterio binnen. De etappe blijkt uiteindelijk bijna 35 kilometer te zijn. De laatste klim had niet echt gehoeven, maar we komen boven verwachting fit aan bij het appartement dat we voor twee nachten hebben geboekt. Na 4 etappes en 107 kilometer gelopen te hebben, gunnen we de voeten morgen een dagje rust. Maar we gaan uiteraard wel het dorp even bekijken.