Het is grijs vanochtend, en het lijkt alsof het elk moment kan gaan regenen. Het geeft de stad als we de straten inlopen een heel ander gevoel dan gisteren, toen het zonnetje scheen en het druk was op straat, alsof Spanje al zomervakantie had. De mooie Plaza Mayor, de indrukwekkende gotische kathedraal, de middeleeuwse stadspoorten, waarvan vooral de Arco de Santa Maria eruit springt, die vanaf de 14e eeuw de voornaaste toegangspoort van de stad was en ’s avonds oplicht waardoor de sculpturen in het bouwwerk nog beter uitkomen. Maar ook de schitterende parken langs de rivier de Arlazón, waar nu een openlucht tentoonstelling plaats vond met mooie foto’s uit de natuur van over de hele wereld. In de hele binnenstad zijn manshoge bronzen beelden te vinden, veel van pelgrims met knapzak. Sprekend, want pelgrims zijn hier veel. Burgos is één van de grote steden langs de Santiago route. Met de drukte in de kleine straatjes, de kleine en grote pleinen, de toeristen, pelgrims en de Burgalés bruist de stad. Ook hier gaan we zeker een keer terug komen om wat meer tijd te besteden. Maar vanochtend is het straatbeeld totaal anders. Een klasje krijgt lunchpakketten voor de dag, vuilnismannen maken met veel herrie de glasbakken leeg en een wagentje dat ’s ochtends de straten boent, rijdt door de stad.
Mensen gaan naar hun werk en een aantal pelgrims maken zich klaar voor vertrek de andere kant op dan dat wij gaan. We volgen niet dé route terug naar de Pyreneeën, maar de Camino de Santiago Vasco Interior, een minder bekende route door het Baskische land die hopelijk wat minder druk is.
In het begin lopen we langs parkjes en mooie statige oude gebouwen, later wordt het wat minder authentiek met hoge witte flats en wat vervallen huizen. Het stuk de stad uit is best lang. Gedurende 7 kilometer lopen we door de bebouwing, bedrijven en straatjes, dan gaan we onder de autoweg door en lopen we over een onverharde weg de natuur in. Helaas begint het nu ook wel echt te regenen. De regenhoes gaat om de rugzak van Malou, de Osprey rugzak is niet echt waterdicht en de stof zuigt zich snel vol met regen. Het is niet koud gelukkig, en we laten de regenjassen uit. Als we ze aan zouden doen, zouden we alleen maar meer gaan zweten. Zeker met de rugzakken op bergop lopend, want de route gaat de 1000 meter over vandaag. Het landschap is wel weer mooi landelijk. We lopen door het dal van het riviertje Rio de Morquillas langs graanvelden en boomgaarden. De bermen staan ook hier boordevol bloemen. Naast de rode wouw die boven ons zweeft, staan de bermen hier vol met het plantje de wouw. De plant heeft kronkelende takjes met wit/gele bloemetjes. Door de vorm en kleur doen ze denken aan vonken die wegschieten uit een kampvuur. Mooie planten die al duizenden jaren, ook in Nederland en België, als kleurplant wordt gebruikt om textiel geel te verven. Ook staat er veel frisgroene venkel langs het pad, waarvan de jonge scheuten een lekkere snack zijn tijdens het lopen.
Na 14 kilometer komen we langs een golfveld, waarna het landschap een stuk opener wordt en het weer gelukkig wat droger. Het is een grote vlakte met drassige weides met veel heideplanten en geel gras en voor het eerst sinds lange tijd zien we weer orchideeën. Een stuk verder richting oosten zien we hoge bergen. Het zijn drie bergketens, die vanaf deze afstand wel één lijken. Het zijn de Sierra de la Demanda, Sierra de Atapuerca en La Bureba, ontstaan in dezelfde tijd als de Pyreneeën. Deze ketens zijn een stukje lager, maar nog altijd tot boven de 2000 meter. Alvast een voorproefje voor na Pamplona, over een etappe of 10. Het pad waarover we lopen was vroeger vast in een stuk betere staat dan dat het nu is. We lopen over half weggezakte witte stenen die duidelijk ooit netjes een weg hebben gevormd. Het is een oude Romeinse weg die onderdeel was van de Via de Italia, maar waarvan het grootste gedeelte inmiddels is verdwenen. We hebben al aardig wat Romeinse wegen bewandeld door Spanje. Vroeger was er een groot netwerk van verharde hoofdwegen over het Iberische schiereiland naar de grote steden, en kleinere wegen naar de kleine plaatsen over de vlaktes voor het drijven van vee. Leuk om hier weer een stuk tegen te komen. We lopen nog een tijdlang over deze vlakte richting autoweg, waar we snel weer vanaf buigen, een bos in. Een stukje moeten we steil klimmen door dit open naaldbos naar het hoogste punt van de etappe én het hoogste punt tot aan Pamplona aan de voet van de Pyreneeën, op 1018 meter. Het voelt vreemd om vanaf hier nog 200 kilometer af te dalen naar de voet van zo’n gebergte. Hier bovenop de heuvel staan tientallen windmolens en we hebben uitzicht op nog veel meer. Maar het is een mooie plek en ze draaien niet hard, dus we maken een pauze voordat we aan het laatste stuk gaan beginnen. We hebben geen last van ze, totdat het opeens hard begint te waaien en ze een behoorlijke herrie maken. Het is toch tijd om weer verder te gaan, want de lucht begint weer donker te worden, dus we pakken onze spullen en dalen af langs weilanden en dorpjes richting de camping. Vannacht slapen we weer heerlijk in ons tentje. We kunnen de tent droog opzetten, daarna vallen er een paar druppels. We hebben weer erg geluk gehad vandaag. En de route was heerlijk rustig, blijkbaar kiest iedereen toch de Franse route naar Santiago, op internet zien we foto’s dat ze daar nu in rijtjes lopen. Het lijkt erop dat we de juiste keuze hebben gemaakt…