We vertrekken vanochtend vanaf de camping bij Etxarri-Aranatz. Niet met de volle bepakking, de tent hebben we op de camping laten staan omdat we hier straks weer terug zullen keren, maar met een dagrugzakje. Of eigenlijk een dagrugzakje én een backpack die bijna helemaal gevuld is…. Na zo veel etappes gelopen te hebben waar we al onze spullen op onze rug dragen, zijn we er zo aan gewend geraakt om alles bij ons te hebben, dat we ook met een wandeling als vandaag van alles mee nemen: vesten, reserve t-shirts voor in de pauze en aan het einde van de wandeling, slippers voor in de pauze want alle planten in Spanje hebben de neiging om stekelig te zijn, brandertje, pannetje, borden, mokken, stoeltjes en zo heb je zo een rugzak vol. Maar het gewicht is een stuk minder gelukkig, en dat loopt ook wel weer erg fijn. Om 8 uur lopen we de camping af en vervolgen we onze weg richting Pamplona door de ‘Corredor de la Barranca’. Dit is het dal tussen de sierra’s in het noorden en in het zuiden.
In het midden loopt de rivier de Araquil en het dal eindigt in het oosten in grote kloven bij de plaats Irurtzun, onze eindbestemming van vandaag. Het is weer behoorlijk bewolkt vanochtend en door het hoogteverschil tussen het dal en de bergketens, liggen de toppen in de wolken. Aan de overkant van het dal vanaf de camping gezien ligt een grote piek, Beriáin, die van de zijkant erg lijkt op het gezicht van een gorilla. De berg is bijna 1500 meter hoog en waar de wolken de heuvelruggen als een deken bedekken, hangen de wolken tegen deze vrijstaande piek als flarden tegen de helling. Lucht en land zorgen vanochtend voor een mooi schouwspel. Een oude Santiago route loopt door dit dal, maar ligt veelal weer pal naast de autoweg. We hebben dus weer onze eigen route gekozen, zo veel mogelijk aan de zijkanten van het dal. We lopen over een kleine asfaltweg maar er rijdt gelukkig nauwelijks verkeer. We lopen langs weilanden en af en toe door bossen. Na een paar kilometer loopt er een hond voor ons, dezelfde kant op. Na een tijdje houdt hij wat in en draalt wat om ons heen tot hij ons goedkeurt en begroet en kilometers lang met ons meeloopt. Telkens als we denken dat hij een andere weg gekozen heeft, komt hij toch weer terug en loopt hij weer een stuk mee. Totdat we bij het dorpje Lakuntza komen. Aan het begin van het dorp is een bedrijventerrein waar hij meteen de parkeerplaats op loopt en richting loodsen gaat. Misschien werkt z’n baasje daar? Het lijkt in ieder geval alsof hij het gebied op z’n duimpje kent. We lopen met z’n tweeën verder, je zou er snel aan gewend zijn, wandelen met een hond….
In het dorp kunnen we nog wat boodschappen doen voor de pauze in een kleine supermarkt. Het dorp ziet er weer fleurig uit met bloembakken en mooi versierde gevels. De dorpen beginnen met veel hout en bloemen langzaam het gevoel van bergdorpjes te krijgen, heel lieflijk. Maar ook al komen we steeds verder van de grens met de autonome regio Baskenland, het lijkt steeds Baskischer te worden: straat- en plaatsnamen staan bijna alleen nog maar in het Baskisch, mensen spreken onderling Baskisch en er hangen tientallen, zo niet honderden, spandoeken in de dorpen met de tekst ‘Etxera’ aan huizen en appartementen, maar ook langs wegen, bruggen en paden. We zien diverse murals van Etxera tegen gevels en onder bruggen. Het zijn er zo veel dat we ons afvragen waar het voor staat. Het is een organisatie die opkomt voor de rechten van gevangenen die zijn opgepakt, omdat ze al dan niet actief lid waren van organisaties die op een niet zo diplomatieke manier een onafhankelijk Baskenland wilden creëren, en ook de gezinnen van deze gevangenen ondersteunt. Spanje is in de jaren ’90 begonnen met het verdelen van de gevangenen over heel Spanje, waardoor de veelal vrouwen en kinderen nauwelijks op bezoek kunnen komen. Er zitten nog steeds meer dan 300 mensen gevangen en ongeveer evenveel mensen zijn uit Spanje verbannen. Onder het land ‘Baskenland’ zouden de Spaanse regio’s Baskenland en een groot gedeelte van Navarra behoren, en 3 Franse regio’s in het zuiden van het departement Pyrénées-Atlantiques. In 2018 is de strijd na 60 jaar grotendeels gestaakt, maar de gevolgen zijn hier in de dorpen nog voelbaar: ‘breng onze mannen thuis’ staat er op spandoeken. Ondanks die pijn die hier overduidelijk aanwezig is, is iedereen op straat erg vriendelijk. Mensen groeten en zwaaien, en maken vaker grapjes met ons, zoals wanneer we uit een kruidentuintje een blaadje plukken, er een meneer op ons af komt stevenen die ons een ‘bekeuring’ wilt geven. En lachend en na een schouderklop weer verder loopt als we hem het blaadje terug willen geven. Het zijn leuke interacties zonder dat we de taal goed kennen. Na het dorp lopen we richting het spoor dat we middels een veel te grote zigzag brug voor een enkel spoortje oversteken en lopen dan nog lange tijd langs weilanden richting het einde van het dal.
Er volgt een mooi stuk berg op door bossen en we hebben af en toe een prachtig uitzicht over het dal, de bergen en de schitterende kloven aan het einde van het dal. Richting Pamplona en richting noorden waar de rivier zich een weg baant tussen hoge rotswanden. Pas in de laatste anderhalve kilometer komen we weer bij de grote weg, de autoweg en de bebouwing, waar we de buitenwijken van Irurtzun binnenlopen. Het was een mooie etappe door landschap dat steeds bergachtiger wordt. De heuvels beboster en de weilanden in de dalen glooiender. In het stadje lopen we richting bus, die ons terug brengt naar de camping. Als we de straat waar de halte aan ligt inlopen, staat de bus er al. 20 Minuten eerder dan de tabel op de camping aangaf, dus we moeten even een sprintje trekken aan het einde van de tocht. Gelukkig wacht de enigszins chagrijnige buschauffeur op ons en komen we alweer vroeg op de camping aan. Morgen nemen we de bus terug naar Irurtzun voor de laatste etappe naar Pamplona. De stad die voor ons het startpunt van de Pyreneeën markeert.