Het was gisteravond nog lang levendig in het dorpje. Aan de waterkant van het riviertje werd gitaar gespeeld, gedanst en gezongen. Gospel natuurlijk, en het was leuk om te horen en zien; een uitbundig en kleurrijk gezelschap. Maar wij waren op tijd weer in de herberg om de energie te sparen voor vandaag. Ook vandaag gaan we nog niet echt de hoge bergen in, maar de hoogteverschillen worden groter, en daarmee de hoogtemeters ook. We zijn weer op tijd wakker, eten ons hotelkamerontbijtje van proteïneyoghurt met muesli en gaan op pad. Via de oude brug over de Rio Arga verlaten we samen met de medewandelaars het dorp Zubiri. Iedereen slaat rechtsaf richting Pamplona, wij slaan linksaf richting bergen. Vanaf het dorp gaan we meteen bergop over een oude uitgesleten weg. Het is te zien dat velen voor ons hier ook gelopen hebben, de oude stenen zijn flink uitgesleten. We stijgen zo’n 300 meter door de bossen en tussen de bloemen. We zien veel orchideeën, vooral de paarse wespenorchis valt ons op, die hebben we nog niet eerder gezien. Eenmaal bovenop de eerste piek wordt het landschap wat opener en kijken we uit over een uitgestrekt dal. Een lijn van groepjes wandelaars komt ons tegemoet. We zullen nog wel vaker “buen camino” gaan zeggen vandaag.
Nadat we langzaam weer wat zijn gedaald lopen we vaker langs weilanden en komen we door enkele kleine dorpjes. In Bizkarreta-Gerendiain ligt een kleine ‘tienda’ waar we wat aankopen kunnen doen voor de avond en de aankomende pauze. Voor die laatste hebben we een lekkere koek gevonden: “tortas txaltxigor”. Het is niet helemaal duidelijk wat het is, maar het is altijd leuk om een lokale delicatesse uit te proberen. We lopen nog een stukje verder en vinden in een gemaaid weiland, iets van de route af, een rustige plek om een pauze te maken. We zetten een kopje koffie en beginnen nieuwsgierig en toch voorzichtig aan de Baskische koek. Knapperig, lekker zoet, maar ook een beetje vreemd. Toch smikkelen we er goed van. Na wat vertaalwerk vanuit het Baskisch blijkt het een koek te zijn dat in de varkensslachtperiode gemaakt wordt. De belangrijkste ingrediënten zijn brooddeeg en suiker, en het vette bestanddeel blijkt gebakken reuzel te zijn… Dat zijn we niet echt gewend te eten, en op de een of andere manier smaakt het koekje met die wetenschap toch nèt anders, haha! Maar hij gaat toch op 😉
Als we verder lopen hebben we nog zo’n 7 kilometer te gaan. In het begin lopen we langs weilanden, later wordt het weer bosrijker. We steken over een stapstenenbruggetje een riviertje over. In het binnenland hebben we ze vaak droog zien liggen, maar hier zijn we blij dat ze er zijn, anders hadden we onze schoen uit moeten doen. De bergen in de verte worden langzaam hoger. We naderen… Boven ons is het helder, tegen de bergen hangen mooie witte wolken. Zeker in het eerste stuk na de pauze zijn we zeker niet alleen. We volgen nog steeds de Camino en passeren honderden pelgrims die de andere kant op wandelen. Aan het einde van de etappe wordt het rustiger en nadat we de paden hebben verlaten, volgen we een stukje een tweebaansweg om bij het einde van onze etappe te komen: een camping die iets van de Camino af ligt. De etappe was niet zo lang, maar het is lang geleden dat we zo veel zijn gestegen, dus onze benen zijn blij op tijd op de camping aan te komen. Heerlijk, een rustige middag op een camping met gras. Dat hadden we eerder in Spanje niet. Fijn om weer een kampeeravondje te hebben na zo veel hotel- en herbergovernachtingen. En dat zullen we de komende tijd veel vaker hebben, want morgen gaan we echt de Pyreneeën in. Nog een stukje Camino en dan, op het hoogste stukje van de Camino, buigen we af naar het oosten, om van daaruit de bergen te volgen richting Andorra.