Wat een luxe. Ook in dit hotel worden we wakker met een mooi uitzicht over de bergen. Een paar skiliften en hotel-resorts, maar vooral bos, berg en rotsen. Tegenwoordig staat Candanchu vooral in het teken van skiën en wintersport. Het is één van de oudste ski-resorts van Spanje. Bergwandelen en mountainbiken is alleen maar een bonus. Maar in het verleden was dit Spaanse dorpje Frans en was er een legerkamp gevestigd met de naam ‘Camp d’Anjou’, wat nadat het Spaans werd is verbasterd tot ‘Candanchú’. Er loopt ook een Santiago route doorheen, die we vanuit het dorp een tijdje volgen. Er gaan hier wat grotere en kleinere wegen de grens met Frankrijk over, dus de paden vlechten een beetje tussen, over en onder de wegen door, maar al snel zitten we in het groen. We lopen richting het begin van het lange dal van de Rio Canal Roya. Hier ligt een grote parkeerplaats die, ook al is het nog vroeg, al helemaal vol staat. Vanaf hier volgen we een breed pad dat langzaam omhoog gaat. We lopen door bossen en volgen de rivier tegen de stroomrichting in. Er zijn veel wandelaars op pad, mensen alleen, stelletjes en grote groepen. Maar het dal is zo groot dat we al snel een stuk uit elkaar lopen. Hogerop wordt het landschap opener en komen we aan bij de graslanden met hoge bergen eromheen. We blijven stijgen totdat we aan het einde van het lange dal bij een hooggelegen komdal, Círculos de Piedra, uitkomen. Een groot vlak stuk dat aan alle kanten wordt omringd door bergen, behalve waar de rivier die hier ontspringt de bergen uit stroomt. Er staan koeien en paarden, hoog, maar beschut door de bergen. Ergens moeten we de rotsen over, maar we zien geen pad. Na goed kijken zien we een paar stipjes hoog tegen de helling op gaan. Daar moeten we ook heen.
We doorkruisen de vlakte en beginnen aan de heftige klim van 375 meter in 1,5 kilometer. Stapje voor stapje klimmen we omhoog. Gelukkig is het pad over het algemeen goed te belopen, beter dan dat het van onderaf leek, maar steil is het! Af en toe drinken we wat, maar we wachten met pauzeren tot bovenaan, want daar staan meertjes op de kaart. Tijdens de klim hebben we schitterend uitzicht over het dal dat steeds verder weg raakt en we genieten van de bloemen en planten. Schitterend om te zien hoe zo’n kleine fragiele plantjes tussen de rotsen kunnen overleven. Het duurt even, maar we komen boven aan. Hier is het landschap licht heuvelachtig, maar vrij vlak. De col is een grote vlakte met een drietal kleinere en grote meren, Ibon de Anayet. Gletsjermeren op een hoogte van 2.233 meter met bergen er omheen van ruim boven de 2.500 meter. In het water wemelt het er van de kleine diertjes; vissen, kikkervisjes, kreeftjes en gekke zwarte wormen van een centimeter of 10. Tegen de hellingen staan schapen en ook weer koeien. Doordat ze zo klein lijken zie je pas hoe ver de dieren van ons af staan te grazen en hoe hoog de hellingen dus zijn. De meren zijn prachtig diepblauw en eromheen zijn het gras en lage struikjes schitterend groen, maar het is te merken dat we op een col zitten. Het waait hard, het stormt bijna. We moeten alles goed vast zetten en met de rug in de wind gaan zitten, maar het is niet koud gelukkig en de zon schijnt volop. De beklimming van de laatste helling was rustig, maar hier is het druk. Tientallen groepjes mensen staan en zitten rond het meer. Er staan her en der zelfs nog tentjes. Het is ook erg Instagram-waardig. Het is weer een pauzeplekje om extra lang van te genieten, maar we moeten nog best een stuk en er komt toch wel aardig wat bewolking opzetten. Na de boterham pakken we onze spullen weer in, genieten we de eerste meters nog van de schitterende meren en beginnen dan aan de andere kant van het dal weer aan de afdaling. In het begin gaat het behoorlijk steil, en de vele mensen die afdalen, maar vooral omhoog richting meertjes lopen, maken het soms moeilijk het goede pad te kiezen. Hordes mensen lopen met tentjes omhoog. Na 3 kilometer komen we bij een ski complex uit en waar de weg verhard wordt. We lopen richting een doorgaande weg van Spanje naar Frankrijk over de Pyreneeën, die we jaren geleden gereden hebben toen we hier op vakantie door het gebied kwamen. Toen hadden we nog geen enkel idee dat we hier ooit te voet aan zouden komen vanuit het zuidelijkste en zuidwestelijkste puntje van Europa. Leuk om hier nu te lopen! De hele weg lopen er nog mensen met tentjes omhoog. Als iedereen daarboven bij de meren gaat staan, zal het een drukke zaterdagavond worden in de bergen! Maar de lucht begint behoorlijk donker te worden aan die kant. Hopen dat ze wat extra haringen bij zich hebben… Eenmaal bij de weg zien we de route de weg oversteken en weer de weilanden ingaan.
De GR11 waar we nu op zitten blijft de weg volgen, maar dan door het veld. Her en der staan bordjes, maar het pad is nauwelijks te vinden en het is erg hobbelig alsof het koeienpaadjes zijn. We beginnen de kilometers en de hoogtemeters aardig te voelen, dus na een tijdje besluiten we toch maar over de weg te gaan lopen richting Formigal, het einde van de etappe van vandaag. Niet het leukste om te lopen, maar wel fijn om even goed de pas erin te houden en niet op elke stap te hoeven letten. Formigal is ook weer een skidorp met veel pistes, hotels en resorts. Al is het iets groter en bruisender dan Candanchu, veel hotels en winkels zijn dicht en gaan pas weer open als er sneeuw ligt. Het enige hotel waar we nog een kamer konden boeken ligt bovenaan het dorp. We kunnen kiezen: een lange slingerweg omhoog volgen, of stalen trappen nemen die tegen de helling gebouwd zijn. We kiezen voor de trappen, al zijn het er veel. Blij dat we boven zijn en blij verrast met het hotel. Het is een sjiek resort, schitterend gebouwd met natuursteen en hout. We hebben een mooie kamer met uitzicht op de bergen waar we naartoe gaan. Er is een goed restaurant en het heeft een goed ontbijt. Toch maar een nachtje bijboeken? De benen zouden wel een rustdag kunnen gebruiken… Daar gaan we even een nachtje over slapen ;-)