Bujaruelo is te mooi om de benen al te veel rust te geven. De bergen en de kloven lonken en zelfs boodschappen doen in het dichtstbijzijnde dorp Torla is een bergwandeling van dik 20 kilometer met bijna 1.500 hoogtemeters. Heerlijk om hier een aantal dagen te zijn geweest. Maar vanochtend is het weer tijd voor vertrek uit deze schitterende plek. Op naar Ordesa, het nabijgelegen natuurgebied. Deze 11 kilometer lange vallei, lang geleden uitgesleten door gletsjers, is een aparte in de Pyreneeën. Bijna alle dalen lopen van noord naar zuid of omgekeerd, deze loopt van oost naar west. Ordesa is al sinds 1918 een nationaal park, het op één oudste na van Spanje, en UNESCO wereld erfgoed, waardoor de natuur lange tijd ongestoord z’n gang is kunnen gaan. Het is een lang uitgestrekt dal, begrensd door hoge rotswanden. De tocht van vandaag zal ons naar refuge de Góriz brengen aan het andere uiteinde van het dal. Er zijn 80 slaapplaatsen in het gebouw en plaats voor 90 kampeerders. Op internet staat dat ze helemaal vol zijn, en dat is minstens de komende twee weken zo. Voor ons is dat wel een probleem, aangezien je in het nationaal park niet mag bivakkeren en het veel te ver is om het hele park in één keer door te lopen. Maar na telefonisch contact konden we gelukkig toch gewoon komen en zouden ze wel een plekje regelen. Dus met alles weer ingepakt, dat duurt na een paar dagen altijd wat langer dan verwacht, gaan we weer op pad. Vanaf de camping volgen we het dal van de rivier de Ara stroomafwaarts richting rio Arazas die Ordesa uit komt stromen. De GR11 loop links van de rivier, rechts loopt een (voornamelijk) onverharde weg dezelfde kant op. Het heeft hetzelfde mooie uitzicht op het dal en de schitterende rotsen, maar is een stuk beter te lopen. De GR route hebben we een paar dagen eerder gelopen op de terugweg vanuit Torla, en de route is best uitdagend, dus om een beetje de vaart erin te houden in de ochtend, waardoor we wat meer tijd in Ordesa kunnen besteden, lopen we over de weg. Ook komen we zo langs een klein campingwinkeltje waar we wat laatste inkopen kunnen doen, wat met een paar dagen wildkamperen voor de boeg wel welkom is. Het is een schitterende , maar steile weg met vaker aan de rivierkant een diepe afgrond met daaronder de kolkende rivier en aan de andere kant hoge rotswanden met af en toe een waterval. Als er auto’s aankomen is het in de bochtige stukken goed uitkijken, ze moeten behoorlijk vaart houden om de berg op te komen en het is er aardig druk. Waar het vroeger voornamelijk tentkampeerders waren en het al een uitdaging was om er met een vouwwagen te komen, rijden er nu de grootste campers, caravans en busjes omhoog met alle problemen van dien als er een tegenligger aankomt. Zoals zo vaak hebben we de ene uitdaging, de GR route, vermeden om er andere uitdagingen voor terug te krijgen. Maar na 6,5 kilometer komen we onder bij de mooie oude brug Puente de los Navarros aan, hier kunnen we een kleiner pad volgen. Niet al te veel verder verlaten we de Ara rivier, vanaf hier volgen we rio Arazas richting nationaal park Ordesa. Bij de plek waar de twee rivieren samenvloeien stroomt het heldere diep blauwe water van de Arazas door een smalle kloof en kolkt het water tussen de grijze stenen. Het lijkt wel één grote, rond uitgesleten steen, gevormd door het water. We gaan middels een bruggetje de rivier over en de klim begint. Zigzag paadjes gaan tussen de bossen omhoog. Langs het pad staan af en toe beuken, maar voornamelijk buxusstruiken zo hoog als bomen.
Vaak zien we door de bomen enkel het pad, maar af en toe lopen we langs diepe kloven met uitzicht op watervallen en de rotswanden boven de beboste hellingen aan de overkant van de rivier worden met elke stap imposanter. We zijn al een behoorlijk stuk gestegen als we op een opener en vlakker stuk komen, grasland met her en der bosjes bomen, struiken en duizenden bloemen. Het is nog maar een klein stukje tot het bezoekerscentrum en de ingang van het park. Hier is het nog vrij rustig, de ervaring leert dat het vanaf het begin van het park erg druk kan zijn. Het lopen gaat heerlijk, maar we hebben stil aan toch al bijna 12 kilometer gelopen, dus we grijpen dit mooie plekje aan om te pauzeren. We lopen een stukje het grasland in en zetten de stoeltjes op. Wat een uitzicht!
We hebben nog een stukje te gaan tot aan de refuge, en het bijzonderste stuk komt nog, dus we houden de pauze kort en lopen naar de huisjes aan het begin van het park. We kunnen hier drinkwater krijgen voor de rest van de dag en raken afgeleid door de ijskaart bij het winkeltje. Oké, zo’n haast hebben we ook weer niet en het is al behoorlijk warm, dus we zijn snel overgehaald om onze pauze nog even voort te zetten. Als we dan écht doorgaan, zitten we meteen in Ordesa. Het pad is aan het begin vlak, breed en goed te belopen. De rivier stroomt rustig over een bed van grijze stenen, de groene weiden en de buxusstruiken doen een beetje als een stadspark aan, maar omhoogkijkend naar de gigantische rotswanden aan weerszijden van dit dal, doet het meer denken aan een decor dat aan een touwtje naar beneden is getrokken in een fotostudio. Wat een plek. We zijn zeker niet alleen, maar het is tegen verwachting in vrij rustig hier in het begin. We lopen een stuk door en het pad begint weer te stijgen. De rivier moet de hoogteverschillen ook overbruggen en klettert van grote hoogte naar beneden. Wij slingeren dat stuk over de helling omhoog. We lopen door een bos van dikke oude beukenbomen. Bovenaan is het pad uitgekapt uit de rotswand met uitzicht op de rivier hier ver onder ons. Het is ondertussen een stuk drukker met mensen en opeens ook met koeien. Een grote kudde koeien wordt over het pad van de hogere bergweiden naar beneden geleid. Het is een vrij smal pad, dus we blijven maar even stil staan om de dieren te laten passeren. Gelukkig zijn de mooie dieren vrij rustig, want we kunnen nergens heen hier. Voorbij de kudde komen we bij een smal dal uit, waar aan het einde de rivier middels tientallen kleine watervallen uit een nog hoger groot dal komt stromen. Hier hebben de koeien gestaan. Het dal is een stuk breder, een groot komvormig dal. Er staan nog enkele dennenbomen, maar het dal is groen met ook weer ontelbaar veel bloemen, de hellingen worden steeds kaler en rotsachtiger. Aan het einde van het dal staat ons nog een fikse klim te wachten, dus we maken nog even een tweede pauze in het gras. We lopen naar een mooi vlak plekje en zien tot onze verbazing allemaal witte bloemetjes met in het midden zacht gele pareltjes. De weide staat vol met Edelweiss! Yes, die hadden we niet meer verwacht te vinden. Altijd bijzonder om dit bloemetje te zien, die kom je niet tegen zonder behoorlijk wat hoogtemeters overwonnen te hebben. Aan het einde van dit dal, bij nog een laatste brede waterval houdt het dal op. Er is geen hoger dal meer, alleen een steile rotswand met een zigzag paadje naar de hoogste delen van de berg. Deze moeten we omhoog om bij de refuge te komen. De drukte blijft beneden, voor de meeste mensen is het verste punt deze waterval, maar wij gaan nog even door. Het is het steilste stuk van de etappe en na 23 kilometer moeten we dus nog even behoorlijk aanpoten. In 3,5 kilometer stijgen we 450 meter over een smal pad dat alleen uit losse stenen bestaat. Het is een moeilijke klim met benen die het ook niet erg hadden gevonden om de etappe in het laatste dal te eindigen en het tentje op te zetten. Maar uiteindelijk zien we toch het dak van de refuge verschijnen en niet veel later zijn we bij het mooie gebouw. Het terras zit behoorlijk vol, er zitten mensen bij hun rugzak op vlakke stukjes te wachten totdat het zeven uur is en ze hun tent op mogen zetten. Het is een komen en gaan bij de wasruimte en de naastgelegen bar en receptie. We zetten onze rugzak af en Malou gaat vragen waar we ons tentje op kunnen zetten. Ze blijft lang weg en beteuterd komt ze weer naar buiten. Het is helemaal vol en aan wat een andere collega eerder aan de telefoon heeft beloofd, hebben ze geen boodschap. Maar op een col hogerop, een half uurtje verder, mag wel gebivakkeerd worden. En we kunnen natuurlijk hier wel avondeten en morgen gerust ‘even’ terugkomen voor een ontbijt. Succes, daag! Nou, van de service moeten ze het niet hebben hier... Gelukkig kunnen we wel onze flessen met drinkwater vullen.
Het is ondertussen 18.00 uur, maar we pakken onze nog zwaardere rugzakken maar weer op en lopen door, op zoek naar de col en een plekje voor de nacht. Ondertussen was de route op Wikiloc al gestopt en opgeslagen, dus we starten etappe nummer 97B voor het laatste stuk. Nog 160 meter stijgen, een mueslireepje voor wat energie en we zijn op de col. Wat een mooi uitzicht, weer een bergrug verder, maar de col is één stenen vlakte. Fijn dat je hier je tentje op mag zetten, maar hier krijg je geen haring in de grond. Op collen van deze hoogte kan het hard waaien, dus hier kunnen we de tent niet opzetten en we dalen aan de andere kant wat verder af. Na een aantal lastige stukken over leistenen vlaktes wordt het weer wat groener. Nu nog een vlak stukje vinden. We lopen langs nog een aantal tentjes die waarschijnlijk ook bij de refuge zijn weggestuurd. Even verder, uit het zicht van het pad en de andere tenten, vinden we een klein dalletje waar het vlak is en we goed onze tent op kunnen zetten. We kijken voor de zekerheid nog even rond in de buurt, maar dit is ‘m. Een fantastisch uitzicht en rustig, een heel stuk rustiger dan bij de refuge. Waarschijnlijk staan we hier veel beter… Wij zijn in ieder geval blij dat we de schoenen uit kunnen doen en kunnen rusten, de benen en voeten hebben het weer goed voor de kiezen gekregen vandaag. Maar het was een buitengewoon schitterende etappe, en we eindigen op een fantastische plek na onverwacht veel kilometers. Die hoeven we in ieder geval morgen niet meer te lopen. Nu even rust.