Mooie etappe met veel stijgen door bossen over bospaden. Hogerop prachtige uitzichten over de Vogezen vooral vanaf de top voor de Brézouard.
Vanochtend is het stralend zonnig en na ons ontbijtje pakken we rustig onze spullen in. Omdat we de komende dagen nauwelijks winkeltjes tegenkomen hebben we extra veel proviand bij ons, dus de backpacks zijn goed gevuld (en aardig zwaar). Vijf complete pasta maaltijden, 2 pakken roggebrood (lekker compact én voedzaam), kaas, 2 pakken peperkoek, verder wat groente en fruit, plus chocolade voor in de avond en nóg meer. Verbazingwekkend hoe veel je op een wandeldag moet eten om aan je energiebehoefte te kunnen voldoen… Met deze voorraad moet dat wel goed komen.
Vanuit de camping lopen we naar het pittoreske dorpje. Voordat we de bossen in trekken, kopen we bij een boulangerie onze favoriete traktatie voor de eerste pauze.
De etappe begint meteen met een goeie klim en dat zullen we ook nog wel even blijven doen. Met 1388 meter stijgen wordt dit een record dagje voor ons, dus we klimmen gestaag door. Onderweg zien we één van de grootste kevers die we ooit hebben gezien; een ‘vliegend hert’ van een paar centimeter groot. Wat een prachtig dier!
Als we de eerste tussentop naderen, verandert het dichte loofbos in een wat opener bos met rotsen en hoge naaldbomen.
We dalen een stukje af naar het dorpje Aubure. Hier is een kleine ‘epicerie’ waar we de laatste inkopen kunnen doen; voornamelijk water. Op veel plekken in Frankrijk sluiten kleine winkels in de middag tussen 12u en 14u. Geen probleem, want het is 13:45u. Maar als we in Aubure aankomen blijkt dat we echt geluk hebben, want juist dit winkeltje sluit z’n deuren om 14u, om pas weer om 16u open te gaan. Normaal gaat hij om 17u weer open, maar vandaag is het Flammkuchendag!
In dit piepkleine winkeltje kopen we met 4 flessen water bijna de hele voorraad op. Met nog een paar kilo meer in de backpacks vervolgen we onze klim door de schitterende bossen, waar we af en toe op open stukjes steeds mooiere uitzichten op de Vogezen krijgen.
Het is een lange tocht en aan het einde zullen we niet bij een hotel of camping aankomen; er liggen een paar hutten langs de route waar we zouden kunnen overnachten. De eerste die we na zo’n 20 kilometer lopen tegenkomen, Pierre des Trois Bans, is echt een pareltje. Met zitplaatsen en vuurplaats buiten, binnen een grote tafel met banken en een trapje omhoog naar de vide om een luchtbed op te leggen. Én een slot op de deur! Dat is voor een eerste nacht bivakkeren ook wel fijn… Een schitterende plek waar we metéén zouden blijven, maar het is eigenlijk nog te vroeg op de dag en dan zouden er te veel kilometers overblijven voor morgen om te lopen. Maar dit stemt ons vrolijk en vol vertrouwen lopen we door; er liggen nog 3 hutten waar we kunnen gaan kijken.
Het steilste stuk van de klim moet nog komen; het pad naar de Brezouard over een stuk van 1,5 kilometer naar 1229 meter hoogte. Het levert ons wel wat op: een schitterende 360° uitzicht op de bergtoppen van de Vogezen om ons heen. In de verte kijken we over de vlakte van de Elzas naar het Schwarzwald. Wauw wat is dit fantastisch…
De hut hier vlakbij, Abri du Brezouard, is al bezet door een aantal wandelaars. We zouden erbij kunnen gaan staan, maar we besluiten naar een hut, chalet St-Hubert, een stukje verder van de route af te lopen, waarvan de beschrijving schitterend klinkt. Midden in de natuur voor echte rustzoekers. Het is goed zoeken om de hut te vinden via kleine paadjes en na een stuk struinen door de bossen zien we ‘m liggen. Helaas zijn ook hier mensen ons voor, er is een groot kampvuur en aardig wat geroezemoes, maar wat we zo kunnen zien is dit ook echt een práchtig hutje.
Er is nog één plekje over op ons lijstje, een stuk verderop zouden we achterom bij een chalet van een ski-club kunnen bivakkeren. Er zouden tafeltjes en banken moeten staan en een overkapping om te schuilen.
Na dik 28 kilometer lopen en de hoogste tijd om de benen rust te gunnen, komen we bij de hut aan. Hmmm, dit is toch even anders dan de eerdere hutten. Hij ligt direct langs een groot pad in een donker dennenbos en er is nauwelijks plek om de tent op te zetten (de schuilhut blijkt vol met hout te liggen). Maar goed, het zou kunnen. We besluiten onze zware backpacks neer te zetten en ons te beraden bij een kopje koffie. Terwijl we even bijkomen, komen mensen langslopen en horen we auto’s in de verte rijden, waardoor het niet voelt als een fijne, rustige plek om de nacht door te brengen.
Het is ondertussen 19.30u, er is geen andere hut meer in de buurt en Mark gaat op zoek naar een plekje in de omgeving om ons tentje op te zetten. Malou blijft wachten bij de spullen en omdat we hier niet willen blijven, pakt ze alles weer in. Gelukkig komt Mark snel terug met goed nieuws; nog geen 5 minuten hier vandaan ligt een schitterend weiland aan de rand van het bos, nog in het zonnetje. Een ideale plek om de tent op te zetten. We lopen er met de rugzakken heen en inderdaad, dit is even wat anders dan de duistere hut in het donkere bos!
Op deze schitterende zonnige plek met magnifiek uitzicht genieten we van een heerlijke pasta maaltijd en even na zonsondergang zetten we ons tentje op. Wauw, wat een prachtige plek.