Vandaag volgen we grotendeels het dal van de rivier Cébriot. Een mooi, rustig dal zonder veel klimmen en dalen. De route gaat veelal over mooie weiden. Alleen het laatste deel klimt het dal uit door bossen naar le Pré d’Haut op 1250 meter hoogte.
We worden wakker na een goeie nacht op camping Source du Doubs. Het was een heerlijk rustige én donkere nacht. Franse campings hebben de slechte gewoonte om in de buurt van de tentenveldjes lantaarnpalen neer te zetten, waardoor het maar zelden donker is in ons tentje. Deze camping was een uitzondering gelukkig en dat sliep heerlijk.
Vandaag hebben we maar een korte etappe voor de boeg, nog geen 20 kilometer en zonder al te veel stijgen of dalen, dus we hebben geen haast. Tegen kwart voor 9 lopen we de camping af en volgen aan de voet van de bergen een klein stukje de net ontsprongen rivier de Doubs naar het dorpje Mouthe. Hier doen we in de supermarkt wat boodschappen voor overdag, maar vooral voor vanavond, dan gaan we weer wildkamperen. Bepakt en bezakt vervolgen we onze tocht en draait de route van de Doubs af. We lopen langs een klein zijriviertje, de Cébriot. In het begin nog langs de grote weg, maar al vrij snel over paden en door de weilanden. Het gras staat hoog en begint her en der al langzaam geel te worden. De voorjaarsbloemen hebben ondertussen plaats gemaakt voor de zomerbloeiers. De wilgenroosjes, de moerasspirea en verschillende schermbloemen zoals de gevlekte scheerling en de dodemansvinger fleuren de velden op.
We lopen door naar het dorpje Chaux-Neuve, waar we bij het plaatselijke tankstation/kruideniertje/dorpscafé een paar flessen water kopen. Hiermee hebben we net genoeg water om de dag en avond mee door te komen. Voor een extra kopje koffie onderweg hopen we nog een bronnetje te vinden. Het verbaast ons altijd hoeveel water je nodig hebt om een avond van te drinken en mee te koken; een fles of 3-4 is dan wel echt het minimum. Maar dat is dan ook meteen een kilo of 5-6 aan gewicht in de rugzakken, dus de kunst is om nèt genoeg bij je te hebben.
Even verderop bij een lavoir staat het stel met paarden dat we gisteren ontmoet hebben. Ze laten hun paarden drinken uit de waterbak.
Na het dorp, waar in de winter over een grote piste schansspringen wordt beoefend, loopt de route langs een paar meertjes de weilanden weer in. Het is een langgerekte strook van velden, van zo’n paar honderd meter breed, tussen bossen door en over heuvels. We vinden hier een mooi pauzeplekje in de schaduw aan de rand van het bos. Op de kaart zien we dat er een bronnetje in de buurt zou moeten zijn en Mark gaat water halen. Yes, een kopje koffie bij de lunch!
Vanuit hier draait de route van de weilanden af en loopt door bossen een stuk omhoog de helling op.
Hier in het bos staan weer veel frambozen en aardbeitjes, dus er wordt regelmatig gestopt voor een handje vers fruit. Tussen de aardbeien staan plantjes met felrode besjes, waar we van uitgingen dat ze niet eetbaar zouden zijn. Met een appje (lang leve de techniek!) zoeken we op wat de naam is van dit plantje en het blijkt de steenbraam te zijn. In Nederland staat hij op de rode lijst als beschermd en zeer zeldzaam maar hier komt hij veel voor. En de besjes blijken prima eetbaar te zijn en smaken een beetje naar rode miemelen (aalbessen). Die voegen we toe aan ons (wild)fruitdieet!
In de buurt van de top van de berg Le pré d’Haut op 1250 meter staat een hutje (Abri de Chalotet), waarbij we in de buurt willen overnachten. Het blijkt een groot schuin afdak te zijn met een picknickbank eronder, midden in een weiland met nieuwsgierige koeien. We zetten er onze spullen neer en als Mark in de omgeving op zoek gaat naar een plekje waar we vanavond de tent op kunnen zetten, komen de koeien nieuwsgierig een kijkje nemen bij Malou onder het afdak. Normaal zijn de koeien banger voor ons dan wij voor hen, maar deze zijn wel heel vrijpostig en houden zich duidelijk niet aan social distancing…
Gelukkig is Mark snel terug. Hij heeft een open plekje in het bos gevonden met een mooi vlak stuk om de tent op te zetten. ‘s Avonds is het enige dat we horen het geluid van vogels en koebellen in de verte. Wat een schitterend plekje hebben we weer voor de nacht!