Etappe 81 van de GR5 bestaat uit twee delen die goed als één etappe te lopen zijn: deel A loopt tot aan Auron. Dit is een korte etappe van 6,1 km met 567 meter stijgen. Deze etappe loopt in het begin door de oude dorpskern van Saint-Etienne-de-Tinée. Daarna klimt de route door het bos naar Auron, een skioord in de bergen.
Deel B gaat vanuit Auron hoog de bergen in. In het begin over skipistes en door bos, later via Roya boven de boomgrens. Deze etappe komt door mooie valleien en bergweiden.
Het deel van de GR5 dat voor ons ligt, is een stuk van dik 55 kilometer door een hoge bergketen van de Mercantour. Hierin stijgen we 3500 meter en zullen deze ook weer dalen. In dit deel komen we in het begin en aan het eind nog een enkel plaatsje tegen, maar het grootste gedeelte zullen we ons boven de 2000 meter bevinden en komen we geen enkel dorpje, winkel of camping tegen. En de gîtes die langs de route liggen zijn gesloten vanwege de droogte van deze zomer. Dit belooft dus een heftig stuk te worden met twee nachten wildkamperen.
Het eerste gedeelte van deze etappe (81A) is een stuk dat we afgelopen dagen een aantal keer hebben gelopen om vanuit Saint-Etienne boodschappen te gaan doen in Auron. Het is een pad dat behoorlijk steil stijgt over een beboste helling. Een mooi stuk, maar niet de meest interessante om te lopen met de rugzakken op. Dus we maken het onszelf vanochtend een beetje gemakkelijk en nemen de bus naar Auron, om daar vandaag aan het tweede deel van etappe 81 te beginnen. Het scheelt in ieder geval een dikke 550 meter stijgen. Voor diegenen die de GR5 willen gaan lopen: het is goed in 1 etappe te doen.
Aangezien de bus naar Auron pas om 9:45u vertrekt, kunnen we een uurtje later opstaan en arriveren we iets na tienen in het dorp. Het is behoorlijk slecht weer vandaag, als we op pad gaan regent het dat het giet. We waren graag nog een dagje op de camping gebleven, want vanaf morgen is het weer droog en zonnig, maar de camping sluit vandaag, dus we moeten door. Dan maar regenjassen aan, regenhoezen over de rugzakken en beginnen met lopen.
Auron is een skidorp met veel houten huisjes. Nu zijn ze overal bezig met het voorbereiden op het winterseizoen. Als we het dorp uit lopen en over de pistes richting het bos gaan, zien we de sneeuwkanonnen in de hellingen al klaar staan. We zitten ondertussen even dicht bij het wintersportseizoen als bij het zomerseizoen…
De eerste klim van vandaag brengt ons van 1600 meter, naar net boven de 2000 meter bij Col du Blainon. Dit pad gaat bijna alleen maar door het bos. Het is een dicht bos waarvan de grond is bezaaid met paddenstoelen. Er staan zo veel verschillende soorten! De bossen geven ons wat beschutting tegen de regen en zodra we boven komen is het ver droog. Gelukkig, want de afdaling gaat door een open gebied met veel grasland en smalle paadjes. Aan de hellingen te zien is deze al heel lang gebruikt voor agricultuur, met oude muurtjes van gestapelde stenen zijn terrassen gemaakt. Her en der staan mooie, oude schuren in de typische bouwstijl van natuursteen met veel hout, veelal ongebruikt. Naar mate we dichter bij het dal komen, zijn deze oude schuren vaker opgeknapt tot schitterende woonhuizen.
We lopen Roya in, het laatste dorpje dat we komende dagen zullen passeren, en het is niet meer dan een kerk, een gîte en een paar boerenwoningen, dus we zijn er in no-time ook weer uit. We dalen af naar de rivier Vallon de Roya. We zitten net over de helft van onze tocht van vandaag en hebben al flink gestegen en gedaald, dus we besluiten hier een pauze te maken. Gezien het regenachtige weer komt onze poncho/tarp goed van pas. We spannen ‘m tussen een paar bomen om droog onder te kunnen te zitten. Met een kopje koffie en een boterham pauzeren we hier lekker beschut.
Vanaf de rivier is het klimmen geblazen. We zitten hier net onder de 1500 meter en de volgende col ligt op 2445 meter hoogte. We zullen een klein stukje onder de col een plekje zoeken voor de nacht. We lopen over een oud bergpad tussen gestapelde muurtjes door de bossen. Na een tijdje wordt het gebied wat opener en krijgen we uitzicht op indrukwekkende rotspartijen aan de overkant van het dal. Als we de bossen uit zijn wordt het ook aan onze kant van het dal behoorlijk rotsachtig en lopen we een aantal keren langs waarschuwingsbordjes met “Pas op: vallende stenen”. Geen idee hoe deze bordjes ons veilig zouden moeten houden, maar we zijn in ieder geval gewaarschuwd.
We steken een behoorlijk wild stromende rivier over, wat ons positief stemt. We hebben deze zomer veel verhalen gehoord van wandelaars die in de problemen zijn gekomen door watergebrek in dit gebied, maar de regen van afgelopen tijd heeft dit probleem blijkbaar aardig verholpen. Door een wat smallere kloof lopen we naar een grotere vallei, met rotsen en grasland. Even verder staat er een huisje van een herder. De schapen zijn waarschijnlijk al beneden in het dal en de herder is met een ezel de laatste spulletjes uit zijn zomerverblijf aan het halen. Het schapenseizoen zo hoog in de bergen is ver over, en we zijn blij dat we verderop waarschijnlijk geen schapen met honden meer tegen zullen komen.
Bij het laatste stroompje in het dal vullen we voor de zekerheid alvast wat flessen met water die we nodig zullen hebben voor de avond. Je weet pas of het echt ’t laatste stroompje is, als je verder niets meer tegenkomt… En dan is het te laat.
Het weer begint langzaam om te slaan. Het is amper 5 graden, af en aan regent het en het begint aardig mistig te worden in het dal. We moeten nog een flink stuk klimmen en houden de pas er goed in, ook om zelf warm te blijven. Er zullen hier vast schitterende uitzichten zijn, Door de wolken en flarden mist vangen we een glimp hiervan op, maar het meeste blijft voor ons verborgen. Rotsen, glibberige stenen en af en toe een beetje gras vormen ons pad. We komen uit op een hoogvlakte met moerassen en meanderende riviertjes, omringd door hoge rotswanden. Hoe hoog weten we niet, want we kunnen de toppen door de mist niet zien. Aan het einde van het dal komen we aan bij onze laatste klim. Van het stijgen krijgen we het behoorlijk warm en we verbazen ons dat we her en der plekjes verse sneeuw zien liggen. Het zal nu maar een paar graden boven 0 zijn… We besluiten dat de eerstvolgende plek, groot en vlak genoeg voor ons tentje, we zullen gebruiken om te bivakkeren. Want als de neerslag hier als sneeuw gaat vallen, dan wordt het te glad om te lopen. Gelukkig zien we vlak bij de plek die we vooraf voor ogen hadden om te gaan slapen, een mooi beschut, vlak stukje gras. Met het opzetten van de tent begint het al te sneeuwen. Het is een soort poedersneeuw tussen sneeuw en hagel in en het komt met bakken uit de lucht. Voordeel is wel dat je hier niet zo nat van wordt en we hebben binnen afzienbare tijd de tent opstaan. Vlug alles naar binnen en dan zien we wel weer verder. We hebben vanochtend al de binnentent losgehaald, dus de tent is nu een grote shelter waar we ruimte genoeg hebben om te zitten, de natte spullen uit te leggen en koffie te zetten. Even bijkomen en warm worden voordat we de boel gaan inrichten. Gelukkig schijnt morgen de zon weer en kan alles drogen. We zijn benieuwd hoe koud het vannacht gaat worden, hier op bijna 2400 meter hoogte…. Wij zitten in ieder geval warm en beschut in ons tentje!