Als we vanochtend de te tent openritsen, zitten we meteen weer volop in de bergen. De rotsen en toppen voor ons zijn prachtig en op een heuveltje naast ons liggen de koeien die gisteravond ook de berg op zijn gelopen om te overnachten. Ook al heeft het vannacht wat geregend en behoorlijk gewaaid, vanochtend is het kraakhelder. Richting Frankrijk liggen wat wolken in het dal, maar de toppen daarachter zijn goed zichtbaar. Een kudde schapen komt van een helling verder naar beneden richting ons dal en als we van ons ontbijt genieten komt op een paar honderd meter afstand de kudde met herder en drijfhond langs, om verder de helling op te gaan. Een uniek schouwspel in de vroege ochtend. Ondanks de regen is onze tent weer kurkdroog, dus we hebben onze spullen snel ingepakt en tegen achten zetten we de tocht weer voort. Eerst nog een stukje stijgen om op de originele route op de col boven ons te komen. Op een kleine naaldboom her en der na, is het grasland waar we doorheen lopen. Lage grasjes, kruiden en bloemen bedekken de hogere delen van de bergen. Eenmaal over de col lopen we Spanje weer binnen en dalen we iets af naar een dal met paarden. De Camargue staat bekend om z’n wilde paarden, maar hier in de bergen kunnen hele kuddes ook vrij rondlopen over heuvels en dalen, zij het vaker wel met een bel om hun hals.
Hier in het dal staan er tientallen met veel veulens. Ze blijven rustig staan als we ze passeren. Iets verder zijn we het pad weer even bijster en moeten we een stukje struinen om weer op de juiste route hogerop te komen, richting de col aan de andere kant van het dal. Het wolkendek onder ons is een behoorlijk tapijt geworden. Frankrijk ligt onder een dik pak wolken, in Spanje is het stralend zonnig en wij lopen precies over de scheidingslijn. Het pad gaat af en toe flink omhoog tegen rotsen maar de meeste stukken zijn goed te belopen. We klimmen naar zo’n 1800 meter en dalen dan af naar 1400 meter in 2 kilometer, weer 20%. Steil, maar wat is het belonend, dit landschap. De afdaling leidt ons naar Port d’Ourdayté, een drukke col. Niet alleen door wandelaars en een enkele fietser, maar vooral door veel koeien en paarden die wel lijken te genieten van al die passerende mensen. Het deert ze in ieder geval niet. We lopen dwars door de kudde, langs de liggende stier en de grote paarden en ze verroeren zich niet. Flarden wolk proberen vanuit Frankrijk Spanje binnen te komen door tegen de heuvel op over de col te kruipen, maar zodra ze boven het land uitkomen blaast de harde zuiderwind vanuit vanuit Spanje de wolk met een kolk weer terug. Prachtig! Vanaf hier loopt de route verder aan de Spaanse kant van de bergrug en glooit deze licht bergop. Er zijn veel bronnetjes, riviertjes en kleine watervallen. We kruisen een weg en komen bij Refuge Belagua uit. Het heeft een terras met schitterend uitzicht en heerlijke broodjes met koffie, zo blijkt ;-), want een pauze is ondertussen wel welkom. En aangezien we het minimum de bergen mee in hebben genomen, voelt dit wel echt als een traktatie. We nemen de tijd, want dit zal tot morgenavond de enige luxe zijn die we tegenkomen. Ten oosten van ons bevindt zich het grote Larra-Belagua massief (Spaans) oftewel La Pierre Saint-Martin massief (Frans) met als hoogste punt de markante Pic d’Anie, met een hoogte van 2504 meter. Dit karstgebergte bestaat uit zandsteen dat veel erosie kent. Het gebied is behoorlijk onherbergzaam en moeilijk te voet doorkruisbaar. Ten zuiden van de hoogste punt gaan routes, maar dat zijn tientallen kilometers extra. We kiezen een route ten noorden van Anie, maar moeten dan wel een heel stuk langs een tweebaansweg lopen om de keten aan die kant binnen te lopen. We vinden een paadje door de weilanden die uitkomt bij Col d’Eraize, waardoor er nog zo’n 4,5 kilometer over de weg overblijft. Maar de weg is wel schitterend gesitueerd tussen de bergen, al zien we er in het begin weinig van. De col ligt in een dik pak mist en is het thuis van talloze paarden. Elk stuk dat we verder lopen zien we er meer, in de weilanden en op de weg. We lopen verder en het wordt wat opener. Grijze rotsen met dennenbomen sieren de heuvels. Door de wit/grijze stenen lijkt het haast winter wonderland. Dit landschap is het thuis van de Pyreneese gems, bruine beer, aasgier en de auerhoen. De gems en aasgier hebben we eerder deze etappe gezien, het hoentje hopen we nog te spotten, want het is een erg mooie vogel. En de beer, mwah…, zou leuk zijn van een hele grote afstand.
Eenmaal van de weg af lopen we het eerste stuk over een rotsachtig graspad tussen de dennen dat in de winter wordt gebruikt om te langlaufen. Aan het einde gaat het over in bergweiden met her en der diepe gaten. Het zachte gesteente is vaker op plekken sneller geërodeerd dan op andere plekken, waardoor er gaten en grotten zijn ontstaan. Het pad gaat steil bergop en met elke meter stijgen daalt onze energie, maar voordat we op zoek kunnen gaan naar een plekje voor de nacht, moeten we eerst nog water vinden. Op de kaart staan nog twee bronnen aangegeven, bij de tweede hebben we geluk. Helder water stroomt via een slangetje uit de berg. Er staan veel schapen en koeien, dus we filteren het en doen er voor de zekerheid chloortabletten in. En het meeste water zullen we ook nog koken voor koffie, thee en ons eten. Niet dubbel Dutch, maar zelfs trippel Dutch ;-) dus dat moet wel goed komen! Het laatste stuk tot een plek waar de hoogtelijnen wat verder uit elkaar liggen, en we dus meer kans hebben op een vlak plekje voor de tent, rekt zich lang, maar in de laatste meters worden we onverwachts getrakteerd op twee vale gieren die nog geen honderd meter verder op een rots zitten. Het dal onder ons ligt in de wolken, enkele bergtoppen steken er bovenuit. We lopen in het zonnetje langs de twee grote gieren die rustig wegzeilen als we aan komen lopen, opzoek naar een plekje voor de nacht. Even lijkt het heel onwerkelijk om hier te zijn, wij, met ons tweeën alleen op de berg, alleen op de wereld. WOW! Het plekje dat we vinden ligt perfect beschut tussen twee lage heuvels met uitzicht op Pic d’Anie, waar we bijna aan de voet van liggen. Vanaf één van de heuveltjes zien we de zon ondergaan in een zee van wolken. De rode gloed over de wolken onder ons is onovertrefbaar. Wat een uitzicht! De tent staat goed vast voor het geval het weer gaat waaien. Gek genoeg is het, terwijl we bijna op 2000 meter hoogte zitten, nog warm als we na zonsondergang genieten van onze pasta en als dessert gevriesdroogde frambozencrème. De dag kan alleen nog beter worden met een goede nacht. Hopen dat de beren wegblijven!