Deze etappe verlaat de GR52 en gaat via een snelle en veilige weg vanuit het hooggebergte naar het dal. De route daalt af vanaf Baisse de Saint-Véran naar Fontan. Eerst over steile weides, later door bossen, daarna over bredere paden gevolgd door kleine asfaltwegen. De route komt door mooie kloven en volgt grotendeels de rivier Vallon de Caïros.
We hebben de weersvoorspellingen gisteravond goed in de gaten gehouden, maar ze werden er voor vandaag niet beter op. Er zijn vanaf 9 uur grote hoeveelheden regen en onweer voorspeld en dat maakt het wandelen in de bergen onveilig. Gelukkig hebben we een route gevonden die ons in een dikke 3 kilometer naar een kleine weg brengt richting het dorpje Fontan, waarmee we zo veilig en snel mogelijk de bergen uit kunnen komen.
De regen wàs voorspeld vanaf 9 uur, dus om 5 uur gaat de wekker zodat we tijd genoeg hebben om bij het weggetje te komen voordat het losbarst. Maar om 5 uur was het nog zo donker en koud dat we het niet konden laten om een keer op de snooze-knop te drukken en nadat het gelukkig de hele nacht droog is gebleven, begint het net nu tijdens het snoozen, te tikkelen op de tent… Aiii, dat is 4 uur te vroeg! We pakken in de tent onze spullen in, halen de binnentent los en ruimen ook het grondzeil alvast op. We blijven nog even droog onder de buitentent zitten totdat het een beetje licht wordt. Het regent nog behoorlijk en het is grijs van de mist om ons tentje heen als we uiteindelijk onze buitentent inklappen en met de regenjasjes aan en regenhoezen over de rugzakken gaan we op pad. We moeten een stukje teruglopen naar Baisse de Saint-Véran, waar we beginnen aan de afdaling. We sliepen vannacht op bijna 2000 meter en ongeveer 500 meter lager lopen we de mist een beetje uit. Het regent nog wat als we voorzichtig over de steile graslanden afdalen richting het pad. De bergen om ons heen zijn nog in mist en wolken gehuld en overal hoor je het gebrul van de burlende herten vandaan komen. Soms oorverdovend en met wel tientallen tegelijk, zonder ze te kunnen zien. Een bizar, surrealistisch fenomeen. Het lijkt wel of de bergen tot leven zijn gekomen! Als we wat lager zijn gezakt en beter zicht op de heuvel tegenover ons krijgen, zien we opeens het ene na het andere hert lopen. We zien de edelherten mannetjes met gigantische geweien en een vrouwtjes hert dat er omheen dartelt. We horen luid de geweien tegen elkaar aan slaan als twee mannetjes vechten om de ‘buit’. Ongelooflijk, het is alsof we midden in een National Geographic documentaire zitten.
We dalen af, gaan de bossen in en over gladde paadjes komen we gelukkig na 3 kilometer heelhuids op het weggetje aan. Af en aan regent het, maar dat maakt nu niet meer zo veel uit, deze weg loopt goed door. Het is nog zo’n 14 kilometer door het dal van de rivier Ruisseau de Fromagine. Nu staat er bijna geen water in, maar de rivierbeddingen laten ook hier zien hoe gevaarlijk veel neerslag in de bergen kan zijn. Hele stukken weg zijn weggeslagen en de grote oude bomen liggen ontworteld in de rivierbedding. Het leuke van de neerslag is wel dat weer hele andere dieren naar buiten komen. We zien diverse vuursalamanders de weg oversteken en de grootste pad die we ooit gezien hebben, probeert tegen een oud stenen muurtje langs de weg op te klimmen. Als we verder richting het dal komen begint de vegetatie weer Mediterraner aan te doen. Olijven-, vijgen- en bananenbomen staan door de buien heerlijk groen in de hellingen. Gigantische struiken van rozemarijn en kruipende tijm bloeien in de bermen.
We lopen in één keer door tot bij de grote weg in het dal van rivier de Roya. In het dorp hier is geen camping, daarvoor moeten we een stukje met de trein naar Sospel. De route naar het station aan de andere kant van de rivier zou een stuk korter zijn geweest als we de brug hier onderaan in het dal over hadden kunnen steken, maar ook deze is met de storm van 2020 verwoest en nog niet gerestaureerd. Hierdoor moeten we een dikke kilometer langs een grote weg naar het dorpje Fontan lopen. Maar hierdoor komen we wel langs een epicerie die nog net op deze zondag een half uurtje open is. Na vier dagen in de bergen is dit wel weer hoognodig. We lopen naar het treinstation dat zo’n 50 meter hoger ligt. De trein gaat helaas pas over 2,5 uur, maar gelukkig kunnen we hier droog zitten, droge kleding aantrekken en eindelijk lunchen.
Morgen zullen we in Sospel op de camping een dagje rust nemen om bij te komen van de afgelopen intense dagen in de bergen. Overmorgen komen we hier terug om de volgende etappe te lopen. Maar eerst zorgen dat alles schoon en droog wordt want met de vele regen van afgelopen dagen is alles goed vochtig geworden.