Deze etappe is ook weer onderdeel van de GR52. Deze schitterende wandeling gaat over een aantal bijzonder steile hellingen over losse stenen en hoge rotsen. De route begint kalm door een mooi dal en langs Lac Niré. Aan het einde van deze vallei volgt de steile klim naar Baisse du Basto op 2693 meter. Vervolgens volgt er een afdaling richting Lac de Basto en een klim naar Baisse de Valmasque op 2549 meter. Dit is de rand van Vallée des Merveilles: een uniek stukje Mercantour met verbluffende natuur. Door deze vallei loopt de route ongeveer 7km en verlaat deze via Pas du Diable op 2430 meter. Vanuit hier daalt de route voornamelijk af over grashellingen tot aan Baisse de Saint-Véran. Een klein stukje verder eindigt deze etappe.
Wat een magnifieke plek om wakker te worden. Ons tentje op een stukje gras tussen de rotsen en bergen in deze schitterende vallei. Wat een geluk hebben we dat we hier zijn en dat we hier mogen bivakkeren, midden in de oneindige natuur.
Aangezien we vandaag een lange etappe op het programma hebben (van de kilometers die gisteren zijn blijven liggen komen er vandaag een aantal bij) staan we weer vroeg op en is het nog donker als we ons tentje uitkomen. Het bevroren gras kraakt onder onze voeten, het is weer goed koud geweest vannacht. We zien het tijdens ons ontbijt langzaam licht worden en rond 8 uur zijn we alweer op pad.
We lopen de vallei door langs watervallen en een rivier richting een aantal schitterende meren. Aangezien we rond 2300 meter hoogte geslapen hebben, zitten we al een behoorlijk stuk boven de boomgrens. Hoe hoger we komen, hoe rotsachtiger en kaler het landschap wordt. Het is maar goed dat we gisteren niet zijn doorgelopen, want het is hier zo rotsachtig dat we nergens ons tentje neer hadden kunnen zetten. Dit stuk van de vallei is omsloten door een hoge, grijze bergkam en aan het einde gaan we hier overheen. Het belooft een behoorlijke klim te worden, met 300 meter stijgen in 1 kilometer (een hellingspercentage van gemiddeld 33%) Dit is de steilste kilometer sinds we in Nederland zijn vertrokken. Het pad, of eigenlijk het gebrek hieraan, loopt over één grote rotshelling en is alleen te zien doordat ze hier gelukkig redelijk scheutig zijn geweest in het aanbrengen van de wit/rode markering. Met handen en voeten klimmen we soms bijna verticaal van steen naar steen en van rots naar rots. Het voelt als een overwinning als we 1,5 uur na vertrek, bovenaan op Baisse de Basto aankomen. Met 2693 meter is deze maar net een klein stukje lager dan Col d’Iseran die met 2770 meter het hoogste punt van de GR5 was. We genieten even van het uitzicht maar ‘what goes up must come down’: we beginnen vlug weer aan de afdaling richting Lac du Basto. Gelukkig is de afdaling ietsje minder steil dan het stijgen, al is het nog steeds goed uitkijken over de losse stenen en grote keien. Als we bij Lac du Basto aankomen begint het wat drukker te worden. We komen duidelijk in de buurt van het pareltje van de Mercantour: Vallée des Merveilles. Om daar te geraken, rest ons nog een kleine klim naar Baisse de Valmasque. De stenen beginnen hier meer kleur te krijgen, het grijs verandert in paars en groen en we kijken onze ogen uit tijdens de klim. Vanaf boven hebben we uitzicht over Vallée des Merveilles, oftewel de Vallei der Wonderen. Het is meteen duidelijk waar de naam vandaan komt, want wat een wonderbaarlijk mooie vallei is dit! Door de strenge regels die hier gelden is de natuur nog beter bewaard gebleven dan in de rest van de Mercantour. Maar dat is niet het enige dat de vallei zo bijzonder maakt. Hier zijn duizenden prehistorische rotsgravures gevonden, waarvan vele uit de vroege bronstijd dateren en dus bijna 5000 jaar oud zijn. Een aantal gravures bevinden zich ook langs het pad door de vallei en we komen er een aantal tegen. Dit is echt weer zo’n uniek stukje op onze weg naar de Middellandse Zee.
Aan het einde van de vallei maken we een pauze, op een vlak stuk grasland net naast het pad. Maar goed dat we niet te ver van het pad zijn gelopen, want al snel komt er een parkwachter langs die ons informeert over de regels in dit natuurgebied. Het is een vriendelijke man die ons een hoop informatie geeft, onder andere dat je hier strikt op de paden moet blijven en dat het niet is toegestaan om wandelstokken te gebruiken zonder de beschermingsrubbers over de ijzeren pinnen. Die hebben wij, om gewicht te besparen, natuurlijk niet bij ons, dus we moeten helaas zonder het gebruik van de stokken door de rest van de vallei. Hij vraagt waar we heen gaan en geeft ons dan de tip om bij de refuge iets verderop in het dal voldoende water te nemen, want in de rest van het stuk zou er geen water meer te vinden zijn. Dus na de pauze lopen we een klein ommetje naar Refuge des Merveilles om daar een aantal flessen met water te vullen. Niet te veel want we moeten nog een behoorlijk stuk lopen en we beginnen dadelijk aan een flinke klim naar Pas du Diable waarover we de vallei weer uitlopen. Het is ondertussen aardig bewolkt geworden en het duurt niet lang voordat we de mist inlopen. We lopen zonder stokken omhoog door het zuidelijke deel van deze mooi vallei en passeren een aantal stuwmeertjes. Even verder komen we een groep wandelaars met een gids tegen die ons vertellen dat we niet lang meer in de mist zullen lopen, aan de andere kant van de pas zou het weer beter zijn. Dat is te hopen, want het begint ondertussen aardig guur te worden. Vanaf de pas hebben we helaas dan ook niet echt uitzicht. Als we een klein stukje afgedaald zijn verandert het weer inderdaad. Maar jammer genoeg wordt het er niet beter op; het begint te regenen. Dit was niet voorspeld toen we 2 dagen geleden vertrokken in Saint-Dalmas… We hebben sindsdien de weersvoorspellingen niet meer kunnen checken. Sowieso omdat we hier in de bergen heel slecht bereik hebben, maar ook omdat onze telefoons op vliegtuigstand en batterijbesparingsstand staan, aangezien we 4 dagen met de accu van onze telefoons en de powerbank moeten doen. Maar in de bergen kan er wel eens een bui voorbijkomen, dus we maken ons niet zo’n zorgen. Zodra we dadelijk op een iets opener stuk zijn, toch maar even kijken of we iets van bereik hebben. Eerst onze regenjasjes aan en de regenhoezen over de rugzakken doen.
De natte stenen op het pad beginnen aardig glad te worden en in slakkengang dalen we af. Toch voorkomt alle voorzichtigheid niet dat Malou een aantal keer onderuitgaat. Na de afdaling wordt het weer en het pad in eerste instantie weer een stukje beter, maar na een tijdje slaat het weer weer om en wordt het nog guurder. We lopen door de mist met snijdende wind en regen, kilometer na kilometer door de bergen. We leren al vlug dat de ene steensoort een stuk meer grip in regenachtig weer heeft dan de ander: na een passage met spekgladde stenen die Malou een flinke blauwe stuit oplevert, is de lol er wel even vanaf. Het begint langzaam echt gevaarlijk te worden. We hebben onze benen nog te hard nodig om iets te verzwikken of breken op deze paden en aangezien we behoorlijk doorlopen maar de kilometers maar niet opschieten, realiseren we dat we ons doel voor vandaag niet gaan halen voordat het donker wordt. Rond 18.00 uur komen we op een open berghelling uit. Het weer is inmiddels wat vriendelijker dus we stoppen even om te kijken of we bereik hebben. Yes, we hebben een paar streepjes ontvangst. Bij het checken van de weerapp zien we dat hier voor morgen 22mm neerslag wordt voorspeld en voor vannacht ook nog een paar millimeter. Vanaf hier tot aan Sospel is nog bijna 29 kilometer waarvan het merendeel afdalen, waarschijnlijk over vergelijkbare paadjes die we vandaag hebben gelopen. We betwijfelen of dat überhaupt in één dag te doen is, laat staan met zo veel regen, dus we moeten even improviseren. Als de regen die voor vannacht voorspeld staat op deze hoogte als sneeuw valt, hebben we wel een probleem. Daar hebben we de uitrusting niet voor. Zo’n 500 meter terug hebben we op een stukje van het pad een goede bivakplek gezien en we besluiten daarheen terug te lopen. Om zo snel mogelijk onze tent op te zetten en weer droog en warm te worden. Gelukkig dat we het advies van de parkwachter hebben opgevolgd, want op de regen na zijn we geen water meer tegengekomen.
Als we eenmaal in het tentje zitten en we onze mogelijkheden voor de komende dagen afwegen, klaart het gelukkig een beetje op. Dit levert meteen prachtige uitzichten op de bergen met de wolken en flarden mist op. Op een 100 meter van ons tentje vandaan rent een gigantisch wild zwijn de berg af. Hey, die hebben we nog niet gezien deze reis! En de edelherten burlen erop los, we horen het zware geroep van alle kanten komen. Dit blijft genieten, de wonderen van de natuur. Wat was het een dag met vele gezichten. Maar voor morgen moeten we even wat anders bedenken, want als we iets geleerd hebben dan is het wel dat de GR52 níet de GR5 is. De hellingen en de paden zijn net even van een ander kaliber, maar zo magnifiek.