Etappe 31

Ubrique ⇒ Montejaque

📅29 Maart
📍Andalusië, Spanje
🥾Km 752 van de totale tocht
Route & hoogteprofiel Bekijk op Wikiloc ↗

We hebben deze etappe weer het oude vertrouwde ritme te pakken: stijgen in de ochtend en dalen in de middag. Het is net licht als we door de leuke witte straatjes van Ubrique richting de eerste helling lopen. We komen langs veel leerfabrieken, looierijen en winkels waar ze lederen tasjes, beurzen en jassen verkopen. Ubrique staat in Spanje bekend als dé ambachtelijke leerhoofdstad van de wereld en dat is te zien. 80% van de bevolking is direct of indirect toegewijd aan het leerambacht dat hier al sinds duizenden jaren beoefend wordt. Het heeft gezorgd voor een erg mooi en bruisend stadje hebben we gisteren op onze rustdag gezien, toen we in de middag door de zigzaggende witte straatjes en het gezellige centrum gewandeld hebben. Nu lopen we weer met de backpack op het dorp uit, op weg naar de volgende plaats. We lopen al gauw omhoog over de kenmerkende oude stenen wegen die al in de middeleeuwen gebruikt werden en oorspronkelijk zelfs voor het eerst werden aangelegd door de Romeinen. Het is te hopen voor de paarden en ezels die destijds karren over deze wegen trokken, dat ze in die tijd beter onderhouden werden, want de vele losse stenen zijn echt enkelbrekers.

We stijgen rustig door langs weides met wat fruit- en amandelbomen tussen de bergen. Bovenaan het eerste stuk laten we een omweg naar het witte Benaocaz links liggen, om wat kilometers te besparen. Met 27 kilometer is de wandeling lang genoeg. Het is wel jammer, want ook dit schijnt een erg mooi oud stadje te zijn. Maar aan het eind van de afkorting komen we toch nog een stukje geschiedenis tegen. Midden in het groen, met een prachtig uitzicht staat Hotel Agua Nueva, dat hier in de jaren '60 en '70 schitterde, maar nu al meer dan 40 jaar leeg staat. Het gigantische gebouw oogt ondertussen als een spookhuis. Dat het gebouwd is op een oude varkensslachterij dat is moeten sluiten vanwege een paar slechte hammen, werkt daar ook wel aan mee. Na nog een stuk stijgen komen we in een hoger gelegen dal uit, waar we over vers gras langs een kudde schapen lopen. De oude weg gaat aan het einde van het dal nog een stukje omhoog door struikgewas en lage bomen. Boven, bij een weg zien we niet veel verder weer een wit dorpje liggen: Villaluenga del Rosario. Dit dorp hadden we niet op de kaart zien staan, maar is een leuke verrassing. Een schitterend laantje lijdt ons naar het dorp. Weer oude witte huisjes, mooie straatjes en prachtige bloemen. We zien veel bordjes met Payoya Queso. Dit dorp blijkt bekend te zijn om z'n geitenkaas van de bijna uitgestorven Payoya geit, maar de winkeltjes zijn dicht, dus we kunnen het helaas niet proeven. Na het dorp lopen we door donkere eikenbossen. We worden begeleid door de koekoek, die we sinds de Ardennen niet meer hebben gehoord. Na zo'n 12 kilometer gelopen te hebben komen we aan de andere kant van het bos uit bij een hoog dal. Een grote groene vlakte waar koeien, paarden, schapen en geiten grazen wordt omringd door hoge wit/grijze bergen met af en toe wat struiken of gras. Doordat het helemaal omringd wordt, heeft het wat magisch. Aan de ene kant is het lieflijk, met de grazende dieren, de bloemen en het groene gras op de glooiende vlakte, aan de andere kant maken de kale rotsen het ook weer grillig. Een aparte combinatie. Het is een mooie plek voor een pauze.

We genieten van de stilte en de rust die dit landschap uitstraalt. Als we weer verder gaan doorkruisen we de vallei. We zien wilde witte narcissen bloeien tussen het gras en de vele madeliefjes. Aan de overkant staat ons nog een behoorlijke klim te wachten over smalle bergpaden naar Puerto del Correo, een bergpas naar de volgende vallei. Deze pas gaat net over de 1.000 meter hoogte. De eerste van deze tocht en zelfs net wat hoger dan Col du Donon in de Vogezen. Maar door de rotsachtige toppen lijkt 't veel hoger. Ook het volgende dal is weer schitterend. Het grote veld lijkt wel met een waterpas gladgestreken. Het gras is bezaaid met witte stenen waarvan, om het vee te leiden, muurtjes zijn gemaakt. In de verte zien we een finca liggen en grote bruine koeien grazen rustig op dit weidse veld. Als we het dal door lopen zien we een Iberische vos voor ons uit rennen, door het gras en verder de heuvels in. Langs het pad groeien blauwdruifjes en naast de witte, groeit ook de gele narcis hier weelderig. Het is een prachtig stukje natuur. Eenmaal in het dal gaat het smalle pad over in een brede onverharde weg. Mooi om wat tempo te maken, want het is al bijna vier uur en we 'moeten' nog 7,5 kilometer. Even vlug een pauze en dan door naar Montejaque. De weg blijft vanaf hier vlak, stijgt een stukje en daalt dan naar het dorp. We genieten nog van de bergen, de mooie bomen, koeien, paarden, muilezels en geiten die we tegen komen. Nergens zien we een herder of honden bij de kuddes, dus de dieren kunnen vrij rondlopen. Ze hebben hier een mooi leven en blijkbaar niet zo veel te vrezen van wolven zoals in de Alpen, waar elke kudde bewaakt wordt door meerdere grote honden. De laatste kilometers gaan snel en rond zes uur komen we op het nog zonnige dorpsplein aan waar het hotel ligt. Een fijne plek om te eindigen na zo'n schitterende tocht. Wat zijn de bergen hier verrassend mooi!

🎬
Bekijk de route als animatie Stage 31: Ubrique - Montejaque
Bekijk →

Meer foto's